Methode in Atheneum de Ring

Wie was Célestin Freinet?


Célestin Freinet was ongeveer 100 jaar geleden een dorpsonderwijzer in het zuiden van Frankrijk. Hij merkte dat de kinderen in zijn klas er bitter weinig zin in hadden. Daarom probeerde hij in zijn klas om kinderen plezier te laten beleven aan samen leven, leren en werken. Daarvoor bedacht hij een heel aantal manieren om kinderen gemotiveerd te laten leren: de freinettechnieken.
Zijn ideeën en bevindingen deelde hij met zijn collega’s. Hij liet ook kinderen hun bevindingen delen met elkaar. Kinderen kunnen immers veel leren van elkaar.
Als kinderen (en ouders) nauw betrokken zijn bij de dingen waar ze over leren, dan ontstaat er een spontaner leerproces. Het verloop staat vooraf niet vast, het doel wel. Dat is de essentie van de natuurlijke methode. Er zit wel degelijk een duidelijk gestructureerd leerverloop in.
Célestin Freinet slaagt er ook vandaag de dag in om ons met diezelfde principes, hedendaags ingekleed, doorleefd en sterk onderwijs te bieden. Kinderen komen daarom graag naar school. Het leven in een freinetschool is veel meer dan “leren” alleen.



Onze methodeschool in KA2 Ring

Onze methodeschool werd opgericht in 1996. We startten toen met 2 klassen.
Door de jaren heen is “methode” uitgegroeid tot een grote groep van 5 klassen. Elk jaar volgen een aantal gemotiveerde leerkrachten een opleiding om mee in te stappen in dit project. Deze opleiding gebeurt door de pedagogische begeleidingsdienst onder leiding van Greta Mahy. Zij was onder andere één van de pionieren tijdens de beginjaren.



Hoe werken we? Wat doen we? (visietekst)

Vooraleer we de methode die we gebruiken, toelichten, willen we benadrukken dat zowel onze traditionele klassen als onze methodeklassen dezelfde leerstof zien. Immers in elke school moeten dezelfde eindtermen - ook de vakoverschrijdende – verwezenlijkt worden.
Methodeklassen hebben, net als traditionele klassen, kleine testen, herhalingstoetsen en 2 examens per jaar. Hiervan worden de resultaten meegedeeld in een cijferrapport.

De kernleerkrachten werken onderling samen als team.
  • Zij bewaken de gezamenlijke visie
  • Zij maken afspraken i.v.m. projectwerking
  • Zij begeleiden alle kinderen en besteden uiteraard ook aandacht aan leerlingen met problemen
  • Zij oriënteren de leerlingen
  • Zij bespreken nieuwe ideeën i.v.m. didactiek
  • Zij bespreken de problemen die zich voordoen en zoeken samen naar oplossingen
  • Zij organiseren uitstappen, een tweedaagse ter kennismaking en een GWP; zij verdelen dan ook onderling de taken
  • Zij begeleiden de groepsvergaderingen
  • Zij houden gesprekken met ouders en/of externe begeleiders indien dit nodig is
Deze teamwerking is belangrijk voor beginnende leerkrachten, want zo krijgen zij heel wat begeleiding en ondersteuning

Kennismakingsdagen – GWP – interactie

De tweedagse ter kennismaking voor de eerstejaars gaat meestal door de tweede week van september (donderdag en vrijdag). De tweedejaars hebben één actieve kennismakingsdag.
De GWP gaat door in het maart/april en duurt 1 schoolweek.
De belangrijkste doelstelling is het bevorderen van de groepsdynamiek en dit niet alleen tussen de kinderen onderling maar ook tussen de leerlingen en de leerkrachten. Telkens doen wij beroep op ouders om allerlei activiteiten mee te helpen begeleiden, want ouderparticipatie is van groot belang.
Tijdens de activiteiten vormen jongeren en leraren één groep. Zij leven en werken samen waarbij vooral aandacht besteed wordt aan wederzijds respect, solidariteit, verdraagzaamheid, creativiteit, fair play en respect voor het milieu.
Leerlingen spreken de leerkrachten met de voornaam aan. Er worden tijdens het jaar samen dingen ondernomen (zoals bijvoorbeeld gang decoreren, planten verpotten, brieven schrijven, …), er wordt een babbeltje geslagen, … . De drempel om elkaar aan te spreken is daardoor heel klein en er heerst een aangename sfeer.

Groepsvergadering

De groepsvergadering is een extra lesuur. In het eerste jaar vindt deze plaats op dinsdag van 15.25 u tot 16.15 u, in het tweede jaar op maandag. Tijdens dit lesuur wordt het reilen en zeilen van de methodeklassen besproken. Hiervoor is er in de klas een muurkrant aanwezig waarop de leerlingen en de leerkrachten hun opmerkingen schrijven (ik vind goed – ik stel voor – ik heb het moeilijk met).
Methodeleerlingen krijgen dus op klasniveau inspraak. Immers, participatie en medezeggenschap leiden tot betrokkenheid en verantwoordelijkheid t.o.v. zichzelf en de groep. Onze klaspraktijk getuigt van basisdemocratie.

  • De leerlingen krijgen inspraak i.v.m. de leefregels in de klas. Het schoolreglement wordt uiteraard ook in acht genomen.
  • Problemen die zich voordoen worden tijdens de groepsvergadering aangepakt via gesprek, overleg en verwijzing naar afgesproken regels en de consequenties daarvan.
  • De leerlingen krijgen eveneens inspraak i.v.m. de organisatie. Afspraken i.v.m. testen en herhalingstoetsen zijn mogelijk. Kernleerkrachten, die meer dan één vak geven, spreken samen met de leerlingen af wanneer welk vak gegeven wordt.
  • Bovendien is er inspraak bij uitstappen, bij de organisatie van de tweedaagse en de GWP.
Maar ook op schoolniveau kunnen al de klassen van de eerste graad participeren via het leerlingenoverleg. Tijdens de groepsvergadering wordt aandacht besteed aan de communicatievaardigheden van de leerlingen, het leren luisteren naar anderen, het respect opbrengen voor de mening van anderen, het omgaan met kritiek. Via confronterende gesprekken (meningsverschillen, waardeoordelen, ...) komen zij tot het inzicht dat er soms verschillende uitwegen mogelijk zijn. Het is onder meer de bedoeling een positief zelfbeeld bij de leerlingen te ontwikkelen, hen een dialoogcultuur bij te brengen en hen op te voeden tot burgerzin.



Projecten

We onderscheiden:
  1. vakoverschrijdende projecten
  2. projecten binnen 1 of meerdere vakken
  3. klasoverschrijdende projecten
Het is de bedoeling dat de leerlingen hun reeds verworven kennis leren hanteren en uitbreiden, d.w.z. een inhoudelijke verrijking die verder gaat dan de hobbysfeer, zodat coherente gehelen bereikt worden. Bovendien moet de voorkennis aangesproken worden vanuit de vakgebieden. We verwachten eveneens dat bij projecten aandacht besteed wordt aan maatschappelijke, ethische en esthetische facetten. Kortom, projecten moeten een meerwaarde voor de leerlingen vertegenwoordigen. De kernleerkrachten zullen niet alleen het eindresultaat (het product) bespreken met de leerlingen maar ook de manier waarop dit bereikt wordt (het proces).

Ouderwerking

Leerkrachten worden beschouwd als deskundigen van de klasgroep. Ouders daarentegen worden gezien als deskundigen van de eigen kinderen. Daarom is samenwerking tussen ouders en leerkrachten noodzakelijk om optimale resultaten te bekomen. Dit kan op verschillende manieren: naast de traditionele oudercontacten, de communicatie via smartschool en de telefonische contacten zijn er deelgroepvergaderingen. Dit is een overleg tussen ouders en leerkrachten van hetzelfde jaar met het oog op het organiseren van activiteiten, bespreken van klas- en schoolgebeuren. De deelgroepafgevaardigde (= ouder) leidt deze vergadering en stelt de agenda op. Alle deelgroepafgevaardigden, één leerkracht per team, de directie en de pedagogisch adviseur zetelen samen in de stuurgroep. Daar worden de items van de deelgroepen besproken, de pedagogie en de didactiek van het methodeonderwijs bewaakt en de richting op langere termijn besproken. Bovendien zijn er om de 4 jaar verkiezingen voor de schoolraad waar ook ouders in zetelen.

Studiebegeleiding

De leerlingen van het eerste jaar worden de eerste weken extra begeleid i.v.m. hoe zo efficiënt mogelijk alles organiseren van de verschillende vakken, hoe een boekentas maken, hoe smartschool gebruiken, … . Daarnaast wordt er het hele jaar aandacht besteed aan “leren leren”. In het tweede jaar worden de leerlingen extra begeleid i.v.m. “leren kiezen”. Er zijn wekelijkse inhaallessen van de meeste vakken. Leerlingen met leermoeilijkheden kunnen deelnemen aan het Buddy-project (waarbij ze ondersteuning krijgen van studenten bij het leren) of de huiswerkklas na de schooluren.

Onderwijs en rol van de leerkracht

Onderwijs
Leren door doceren, door voor- en nadoen wordt zoveel mogelijk verschoven naar leren door ervaren, door ontdekken en experimenteren, door zelf beleven en zelf sturen, door het zelf bepalen van keuzes en het aanvaarden van de consequenties ervan. Er wordt zowel aan samenwerking als aan individueel werk aandacht besteed. Meer en meer wordt zelfstandig leren met aandacht voor (zelf)reflectie belangrijker. Ook zelfevaluatie wordt betrokken in het lesgebeuren.
Het onderwijs wil kritisch, reflectief en creatief zijn. Het vertrekt vanuit de interesses van de kinderen. Zo houdt elke kind minstens éénmaal per jaar een actualiteitsronde. Het onderwerp ervan, dat aan bepaalde criteria moet voldoen, kiezen ze zelf. Alle vaardigheden die in Nederlands aan bod komen – lezen, spreken, luisteren en schrijven – worden bij de actualiteitsronde betrokken. In de lessen of bij projectwerk kan teruggekomen worden op de behandelde onderwerpen. Ook andere vakken zoals biologie en aardrijkskunde betrekken de actualiteit in hun lessen.

Rapportering / Informatie
Voor de kennis en de vaardigheden is er een cijferrapport (= punten + commentaar van de leerkrachten). Dit wordt hoofdzakelijk diagnostisch aangewend. Bijdragen aan projecten, leiding van groepsvergadering, houding t.o.v. leerkrachten en medeleerlingen, sociaal zijn, mondig zijn, … worden uiteengezet in een woordrapport (= sociaal rapport). Dit wordt door de kernleerkrachten samen opgesteld. Ook na een projectdag krijgen de leerlingen een woordevaluatie i.v.m. inzet, bijdrage, samenwerking, … . Tijdens het schooljaar worden ouders op de hoogte gehouden van al het gebeuren door 't Briefje (= informatieblaadje eerste jaar) en 't Gerucht (= informatieblaadje tweede jaar). Ook via smartschool verkrijg je veel informatie en de behaalde punten van uw kind ( via skore op smartschool).



Welke werkvormen komen aan bod? Uitbreiding: freinettechnieken


In de methodeklassen geven verschillende leerkrachten meer dan één vak aan dezelfde klas. Dit is fijn omdat de band tussen de leerkrachten en de leerlingen nauwer wordt en de leerkrachten de leerlingen beter kunnen opvolgen.
De leerkrachten binnen methode zijn speciaal opgeleid. Ze volgden scholingen en worden regelmatig bijgeschoold. Ze leerden de Freinettechnieken, ervaringsgericht werken en lesgeven met vele werkvormen zoals o.a. Begeleid Zelfstandig Leren (BZL), werken met leereilanden, hoekenwerk, contractwerk, ervaringsgericht werken vanuit de leefwereld van de leerlingen, vrije en vaste projecten, klasoverschrijdend werken, correspondentie, klaskrant, praatronde, actuaronde, vrije werkruimte (VWR), … .

Indien u een overzicht wil van de Freinettechnieken die we de afgelopen jaren gebruikten, kan u hier een kijkje nemen. Deze worden soms hernomen, soms vervangen door andere. Maar op deze manier krijgt u al een idee.